Amalfikust beter

Waarom je aan de Amalfikust beter klein pakt

De Amalfikust is een van de weinige bestemmingen waar de grootte van je koffer je vakantie meetbaar beïnvloedt. Dat komt door de trappen, de bussen en de veerboten, en die drie werken elkaar in de hand.

Er zit ook een reden achter dat het hier nooit gemakkelijker wordt. De Costiera Amalfitana staat sinds 1997 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO als cultuurlandschap, wat betekent dat de dorpen en de terrassen niet zomaar mogen worden verbouwd voor het gemak van de bezoeker. Geen bredere wegen, geen extra parkeergarages, geen liften waar dat historisch niet klopt. Dat is precies waarom je hier komt, en tegelijk waarom je koffer een probleem wordt.

De trappen

Positano is gebouwd tegen een rotswand. Er lopen twee autowegen doorheen en verder is alles trap. Je hotel ligt op de derde rij, en dat betekent honderd tot driehonderd treden vanaf het punt waar een auto nog kan komen. Sommige hotels sturen iemand naar beneden om je bagage te dragen, tegen een fooi. De meeste appartementen doen dat niet, en dan sta je met je koffer op een trap terwijl er mensen langs willen.

In Amalfi zelf valt het mee, want het centrum ligt op zeeniveau. Maar boven Amalfi liggen Pogerola, Pontone en Ravello, en daar geldt precies hetzelfde verhaal. Atrani, qua oppervlakte het kleinste dorp van Italië, heeft één plein en verder alleen steegjes met treden. Auto’s komen er niet in.

De bussen

De SITA-bus rijdt de hele kustweg van Sorrento naar Salerno. Het is de goedkoopste manier om je te verplaatsen en in het hoogseizoen ook de traagste. De bussen zitten vaak vol, er is geen bagageruim, en je koffer staat dus in het gangpad tussen de mensen. Bij drukte laat de chauffeur je met een grote koffer soms simpelweg niet instappen, en dat is geen kwestie van onderhandelen.

Ik heb in juli een echtpaar in Praiano zien staan dat drie bussen moest laten gaan omdat er met hun twee grote koffers geen plek was. Ze hebben uiteindelijk een taxi genomen naar Amalfi, voor zestig euro over acht kilometer.

Foto: Malgorzata Bujalska via Unsplash

De veerboten

Van april tot oktober varen er boten tussen Salerno, Amalfi, Positano, Sorrento en Capri. Dat is de aangenaamste manier van reizen aan deze kust en vaak ook de snelste, want de kustweg staat vast en het water niet.

Je stapt aan boord via een smalle loopplank, en bij deining is dat met een grote koffer in één hand niet prettig. Bagage is meestal gratis, maar je zet hem zelf op een rek bij de ingang. Grote koffers passen daar niet altijd op en gaan dan op het achterdek staan, waar ze nat worden.

De conclusie die vanzelf volgt

Voor een week aan de Amalfikust is een handbagageformaat genoeg, en dat is geen ascetische keuze maar een praktische. Je draagt hier gemiddeld twee outfits: zwemkleding overdag en iets nets voor het avondeten. Meer dan dat gebruik je niet.

Reis je met z’n tweeën, neem dan twee kleine koffers in plaats van één grote. Twee keer tien kilo tilt makkelijker dan één keer twintig, zeker op een trap, en je kunt allebei je eigen bagage dragen zonder op de ander te wachten.

Een koffer voor handbagage van 55 bij 40 bij 20 centimeter past in de bagagerekken van de SITA-bus, op het rek van de veerboot en in de smalle liften van de oudere hotels. Bij het uitzoeken is het gewicht van de lege koffer belangrijker dan de merknaam, want onder de 2,5 kilo scheelt op een trap merkbaar. Kijk daarnaast of de wielen groot genoeg zijn: de kasseien in Amalfi vreten kleine, harde wieltjes op en een wiel dat halverwege je vakantie blokkeert maakt de rest van de week vervelend.

Wat er dan wel in moet

Twee paar schoenen, waarvan één met grip. De treden in Positano zijn van gepolijste steen en bij regen spiegelglad.

Kleding die je kunt wassen en die snel droogt. De luchtvochtigheid is hoog, maar in de zon aan een balkonrek is een shirt in een paar uur droog. Verder een dunne rugzak of schoudertas voor de dagen dat je gaat lopen; het Sentiero degli Dei van Bomerano naar Nocelle is zeven kilometer over een bergrug met uitzicht op de hele kust, en de enige plek waar je onderweg iets kunt kopen ligt aan het begin. Welke routes hier verder nog liggen en welke ook zonder conditie te doen zijn, staat in het overzicht over wandelen langs de Amalfikust. En neem contant geld mee, want veel kleine tavernes en de SITA-kaartjes bij de tabaccheria werken nog steeds het makkelijkst met munten en briefjes.

Ga je in het laagseizoen, huur je een auto en slaap je in een villa buiten de dorpen? Dan vervalt het meeste van dit verhaal en neem je gewoon mee wat je wilt. Maar in juli, met de bus en de boot, geldt onverkort: hoe kleiner hoe beter.